Ton (68)

In 2003 kreeg Ton te horen dat hij COPD heeft, en al in een vergevorderd stadium (3). Hij heeft een ernstige luchtwegobstructie, maar hij kan nog bijna alles. ‘Ze begrijpen niet dat ik zoveel kan. Mijn pech is dat ik tot mijn 32e heb gerookt; mijn geluk is dat ik altijd veel gesport heb. En ook nu nog beweeg ik veel. Maar als ik een sprintje moet trekken om de trein te halen, moet ik daar de halve reis van bijkomen.’ Ton traint al een jaar of zes twee keer per week in de fitnessruimte van de praktijk, onder begeleiding van de longaandoeningenspecialist. ‘Het grote voordeel van deze praktijk is, dat er nog meer COPD-patiënten trainen; zo stimuleer je elkaar om regelmatig te komen. Je moet oppassen dat je niet in de vicieuze cirkel terechtkomt van vermoeid zijn, minder gaan doen, slechter ademen, nóg vermoeider worden. Hoe meer je doet hoe beter. Omdat ik trouw twee keer per week kom, ben ik sinds de diagnose maar een paar procent omlaag gegaan.’